Miyazaki Shihan

Satoshi Miyazaki Shihan (shihan = meester), 8e dan J.K.A., kwam in 1966 aan in België en was tot zijn dood in 1993 hoofdinstructeur van de JKA-school in België. Onder zijn leiding groeide deze school uit tot de grootste stijlgroep in België. 

 

In memoriam

De volgende tekst is een lezing gehouden ter gelegenheid van de afscheids-ceremonie bij het overlijden van Miyazaki Shihan.

Nederigheid
Eerlijkheid
Hoffelijkheid
Moed
Zelfcontrole

 

Zijn religieuze wortels zaten in het Zen-boeddhisme en de Shinto-religie, maar in zijn levenshouding zat ook een brok samourai-eer en -trots. Sterkst van al geloofde hij in mensen, vooral zijn mensen! Hij voelde zich wereldburger zonder vaderland, maar had een hekel aan vliegtuigen. En hoe vaak hij ook op reis was, hij kon autorijden noch fietsen.
In 1993 zag Miyazaki Shihan één van zijn dromen binnen handbereik: het Europese J.K.A.-karate verenigen en organiseren. In februari werd, onder zijn impuls J.K.A.-Europa opgericht. Niet als doel op zich maar als middel om de stijl zuiver en gaaf te houden.
Voorjaar ’92 werd de diagnose gesteld, en in mei van datzelfde jaar werd hij voor het eerst geopereerd. Vier weken later stond hij weer in de dojo.
Op 31 mei 1993 overleed hij, 55 jaar jong, na een laatste gevecht met een onzichtbare vijand.

Interview
(afgenomen in april 1988 door dhr. J. Van Lerberghe voor het Franse tijdschrift ‘Dojo Arts Martiaux’, en vrij vertaald door Andy Willaert.)

Iida Sensei (l.) - Miyazaki Sensei (m.) - Nakayama Sensei (r.)


Miyazaki Sensei: een naam die meer dan ooit verbonden zal blijven met België. Immers, zo’n 35 jaar geleden verliet Satoshi Miyazaki zijn geboorteland om zich te vestigen in ons klein landje.
Satoshi Miyazaki werd geboren op 17 juni 1938 in een dorpje van het ambtsgebied Saga (in het zuiden van de Japanse eilanden van Kyushu).

JVL: Sensei, kan je ons vertellen welke leeftijd je had toen je met karate begon?
Miyazaki Sensei: Ik ben begonnen met karate in de school van mijn dorp toen ik 15 jaar was. Het was 1954 en de Amerikanen hadden het beoefenen van de gevechtssporten reeds gedurende drie jaar terug toegelaten. Voordien was ik, net als zovele andere kinderen, aangetrokken tot judo en kendo. In Japan maken het judo en het kendo deel uit van het lessenpakket op school, in het kader van het versterken van de geest. Het waren mijn buren die karate beoefenden, die me ‘recruteerden’ in hun club. Als gevolg daarvan heb ik me enkele maanden later officieel laten inschrijven in de club van mijn school.

JVL: Hoe verliep een training in die tijd? Oefende men ook eerst kihon, de kumite en vervolgens de kata, … of verliep het allemaal anders toen?
Miyazaki Sensei: In feite waren wij pioniers, onze training was erg strikt, erg mentaal gericht. Men eiste een enorme discipline en onze oefeningen waren altijd gebaseerd op de kihon. In die periode namen we reeds deel aan competities in onze regio van Kyushu. Het waren toen echter nog geen grote J.K.A.-kampioenschappen, die ontstonden pas in 1957.

JVL: Sensei, in 1954 leefde Funakoshi Sensei nog. Hebt u het geluk gehad om Funakoshi Sensei nog te ontmoeten voor zijn dood?
Miyazaki Sensei: Ik was zo’n vijftien jaar in die periode, ik was nog student en had niet het nodige geld om me naar Tokyo te begeven (dit was een reis van meer dan 1200 km). Bovendien, het nam bijna drie dagen in beslag om in Tokyo te raken. Voor mij was het onmogelijk om daar naar toe te reizen.

JVL: Hoelang heb je karate beoefend in de school van uw dorp?
Miyazaki Sensei: Tot aan het einde van mijn secundaire studies. Op dat ogenblik was ik zwarte gordel van mijn regio. Niettegenstaande het feit dat ik de Shotokan-stijl beoefende, heb ik mijn allereerste examen voor zwarte gordel moeten afleggen bij een Sensei van de stijl Mahatokai (een strekking van de Goju-Ryu stijl).

JVL: Sensei, hoe bent u terecht gekomen op de universiteit van Takushoku?
Miiyazaki Sensei: Nakayama Sensei was reeds in die tijd belast met het aanwerven van ‘goede’ elementen uit alle regio’s, om hen vervolgens naar een universiteit te sturen waar we ons inschreven. Nakayama Sensei stelde me voor om naar Takushoku universiteit te gaan en het is zo dat ik naar Tokyo ben vertrokken om daar te studeren. Aan de universiteit heb ik licenciaat economie behaald.
Takushoku is een universiteit die erg bekend is voor zijn karate: alle grote namen uit de Shotokan-karatewereld zijn er de revue gepasseerd. Bij mijn aankomst, ben ik terug witte gordel geworden. Dat was de normaalste zaak van de wereld en het was gelijk voor iedereen. We waren allen kohai (nieuwelingen) in vergelijking met de sempai (de ouderen). Dit denkbeeld was voor ons Japanners veel belangrijker dan het begrip graad. In Japan primeert de waarde van de anciënniteit.

JVL: Sensei, met wie trainde u toen en hoe verliep zo’n training?
Miyazaki Sensei: Mijn lesgever was Nakayama Sensei in eigen persoon. Buiten de normale lessen aan de universiteit, hadden we drie maal per dag training. Deze trainingen waren erg zwaar en intensief. Niettemin, ongeacht wat onze problemen waren, was Nakayama Sensei steeds in de buurt van zijn leerlingen. Hij was steeds bereid om naar ons te luisteren en stond voortdurend klaar om ons te helpen.
We hadden dus drie maal per dag training, van maandag tot vrijdag, en de zaterdag één maal. De eerste training begon om zes uur ’s morgens, de volgende was op de middag en ’s avonds hadden we training van zes tot acht uur. Naast deze karatelessen moesten we ook aanwezig zijn op de lessen van de universiteit. Ik moet bekennen dat het nodig was om sommige lessen te ‘brossen’ om toch een beetje te kunnen recupereren.
Het eerste jaar hadden we reeds een hoog niveau omdat we geselecteerd waren door Nakayama Sensei zelf. We hadden tot dan toe nog niet deelgenomen aan kampioenschappen. De jaren die daar op volgden maakte ik deel uit van het team van Takushoku. Voor ons waren niet de individuele resultaten van groot belang, wat telde waren de resultaten die behaald werden in groep. We zijn eerste geweest op het kampioenschap van gans Japan. Ons team bestond uit: Asano, Ochi, Tabata, Kisaki en ikzelf. 
Na vier jaar studeren vroeg Nakayama Sensei ons toe te treden tot de J.K.A.

JVL: Sensei, hoe ging het er daar aan toe?
Miyazaki Sensei: Het was dus op 22-jarige leeftijd dat ik ben toegetreden tot de J.K.A.. Daar was ik opnieuw en voor de derde maal kohai. Ons werk bestond uit: het verzekeren van de werking van het secretariaat, het uitvoeren van verscheidene taken die deel uitmaakten van de instelling en natuurlijk het volgen van de lessen die gegeven werden door de sempai en het aanleren van hoe we juist moesten lesgeven. We hadden ook lessen pedagogie. 
De J.K.A. was een school voor instructeurs. Het was niet enkel en alleen vechten of competitie, maar wel degelijk werken zoals in een gemeenschap (assistant op een school van universitair niveau).
Toen mijn stage beëindigd was, werd ik door het ministerie van onderwijs benoemd tot karate-instructeur. Van 1961 tot en met 1967 ben ik daar bij de J.K.A. gebleven. 
In die periode had België een aanvraag ingediend om een Japanse karate-instructeur te bemachtigen. Het is op deze wijze dat men me heeft voorgesteld om naar België te komen en om er nationale instructeur te worden. Vele andere instructeurs waren vertrokken naar de Verenigde Staten, ik persoonlijk heb aanvaard om naar Europa te komen. Ik ben op 1 december 1967 in België aangekomen. Ik was toen 29 jaar.

JVL: Sensei, kan je ons wat meer vertellen over de competities waaraan u hebt deelgenomen?
Miyazaki Sensei: Ik heb steeds betere resultaten behaald in kumite dan in kata. Ik was goed in kata, maar ik had minder goede resultaten. Ik ben nooit eerste geweest in individueel, ik ben tweemaal derde geweest op het Kampioenschap van Japan voor kumite en viermaal vijfde voor kata. Ik was steeds bij de eerste vijf voor kata, en gedurende 10 jaar ben ik finalist geweest voor kumite. Mijn beste resultaten bereikte ik in ploeg. Onze ploeg is verscheidene malen Kampioen van Japan geweest.

JVL: Sensei, kan je ons wat meer vertellen over uw graden?
Miyazaki Sensei: Bij het verlaten van de universiteit was ik 2de dan. Na mijn opleiding bij de J.K.A., op 29-jarige leeftijd, behaalde ik de 4de dan. Sindsdien ben ik voor het behalen van mijn volgende graden steeds terug geweest naar Japan om daar te verschijnen voor de examencommissie. Ik ben momenteel 7de dan J.K.A. en dat sinds 1978 (NvdR: Miyazaki Shihan zou nadien nog de graad van 8ste dan J.K.A. behalen).

JVL: Sensei, welk gevecht is u het meeste bijgebleven?
Miyazaki Sensei: Al mijn gevechten waren lastig, maar het moeilijkste, voor mij althans, was toen ik moest kampen tegen mijn eigen leerling Iida Sensei.

JVL: Sensei, wat is uw tokui kata (voorkeurskata)?
Miyazaki Sensei: Ik heb me steeds goed gevoeld met Kanku-Sho en Empi. In feite zijn het mijn lievelingskata. Jammer genoeg hebben mijn sempai steeds gezegd dat het, gezien mijn gewicht (in die tijd woog ik heel wat zwaarder dan nu), niet goed was om deze kata uit te voeren op wedstrijden. Daarom heb ik steeds Hangetsu en Sochin uitgevoerd op competitie.

JVL: Sensei, bedankt voor dit gesprek.